Heb je je ooit afgevraagd wat een NAD+ testuitslag je eigenlijk vertelt? De meeste mensen die zich laten testen, zien een getal, maar hebben geen idee of dat goed, gemiddeld of zorgelijk is voor hun leeftijd. Dat maakt de meting vooralsnog lastig te interpreteren.
Wat zijn NAD+ referentiewaarden?
NAD+ (nicotinamide adenine dinucleotide) is een coënzym dat in elke cel van je lichaam aanwezig is. Referentiewaarden geven aan welke concentraties klinisch als normaal worden beschouwd voor een bepaalde leeftijdsgroep. Die waarden dalen substantieel met de leeftijd: rond je 50e heb je doorgaans nog maar de helft van het NAD+ niveau dat je op je 20e had.

Belangrijkste punten
- NAD+ daalt met zo’n 40–60% tussen je twintigste en zestigste, dat is geen mythe maar consistent gemeten in meerdere studies.
- Er zijn nog geen officiële klinische normen zoals bij cholesterol, maar in volbloed gelden globaal deze oriëntaties, als globale schattingen op basis van meerdere kleine studies met uiteenlopende meetmethoden: ~20–40 µmol/L op je twintigste, ~10–20 µmol/L op je vijftigste, ~8–15 µmol/L op je zestigste. Deze ranges zijn ontleend aan een samenvatting van meerdere studies [5] en weerspiegelen geen universeel gevalideerde klinische norm.
- Leeftijd is de sterkste voorspeller, maar een actieve 52-jarige kan hogere waarden hebben dan een sedentaire 38-jarige, individuele meting geeft meer dan leeftijd alleen.
- Een laag NAD+ is geen diagnose, maar kan een signaal zijn als je ook last hebt van aanhoudende vermoeidheid, trager herstel na inspanning of concentratieproblemen.
- Vergelijk meetresultaten altijd met metingen in hetzelfde type monster (volbloed vs. plasma) en op hetzelfde tijdstip, de waarden zijn anders en niet uitwisselbaar.
Hoe snel daalt NAD+ met de leeftijd?
De daling begint al vroeg. Uit onderzoek blijkt dat NAD+ niveaus al vanaf je late twintig of begin dertig geleidelijk afnemen. Dat gaat niet in één klap, maar de cumulatieve effecten over decennia zijn aanzienlijk. Tegen je zestigste of zeventigste heb je volgens meerdere studies gemiddeld zo’n 40 tot 60 procent minder NAD+ dan een jongvolwassene [1].
Wat de daling aanjast, is de combinatie van twee processen. Ten eerste maakt je lichaam minder efficiënt NAD+ aan naarmate je ouder wordt. Ten tweede verbruiken enzymen als PARP’s en CD38 steeds meer NAD+, onder meer als reactie op oxidatieve stress en laaggradige ontsteking. Die twee factoren versterken elkaar.
De praktische impact merk je op cellulair niveau: minder NAD+ betekent minder actieve sirtuïnes, de eiwitten die betrokken zijn bij DNA-reparatie, ontstekingsregulatie en metabolisme. Meer over hoe die processen werken lees je in dit artikel over wat sirtuïnes zijn en doen.
Welke NAD+ waarden horen bij welke leeftijd?
Hier wordt het genuanceerd, want er is nog geen universeel geaccepteerde klinische norm zoals je die bij cholesterol of bloedsuiker hebt. Toch geven meetstudies in bloed (doorgaans volbloed of PBMC’s) een redelijk consistent beeld:
20-30 jaar: De piekfase. Waarden in volbloed liggen in studies gemiddeld tussen de 20 en 40 micromol per liter, afhankelijk van de meetmethode.
30-40 jaar: Eerste merkbare daling, maar nog relatief hoog. Doorgaans 15-30 micromol per liter in volbloed.
40-50 jaar: Waarden zakken verder, gemiddeld richting 15-25 micromol per liter. Veel mensen in deze groep hebben geen klachten, maar op celniveau begint de invloed zichtbaar te worden.
50-60 jaar: Gemiddeld 10-20 micromol per liter. De daling wordt merkbaarder, zeker in energieniveau en herstelcapaciteit na inspanning.
60-70+ jaar: Waarden van 8-15 micromol per liter komen regelmatig voor. Sommige oudere volwassenen zitten nog lager, zeker bij chronische ziekte of een inactieve levensstijl.
Let wel: deze getallen zijn schattingen op basis van gepubliceerde onderzoeken en variëren sterk per meetmethode, laboratorium en populatie. Ze zijn bedoeld als oriëntatie, niet als diagnostisch criterium.
Wil je je eigen NAD+ niveau weten? Dan is een gevalideerde bloedtest de meest betrouwbare route. De NAD+ test bij VitaSure geeft je een concreet getal met een nauwkeurigheidsmarge van 12,5%, als PDF-rapport binnen twee weken.
Waarom lopen de gemeten waarden zo uiteen?
Iemand van 52 die regelmatig sport, weinig alcohol drinkt en goed slaapt, kan hogere NAD+ waarden hebben dan een sedentaire 38-jarige. Meten is dan ook nuttig juist vanwege die individuele variatie.
Factoren die je NAD+ niveau beïnvloeden:
- Lichaamsbeweging: Inspanning activeert AMPK en stimuleert NAD+ aanmaak. Uit onderzoek blijkt dat beweging het NAD+ metabolisme in spierweefsel beïnvloedt, wat zichtbaar is in studies naar de combinatie van inspanning en suppletie [2].
- Voeding: Een dieet rijk aan niacine-equivalenten (vitamine B3, zoals in kip, vis, paddenstoelen en peulvruchten) levert bouwstoffen voor NAD+ aanmaak.
- Slaap en circadiaan ritme: NAD+ schommelt over de dag mee met je biologische klok. Slaapgebrek verstoort die cyclus.
- Alcohol en roken: Beide verhogen CD38-activiteit en verlagen NAD+ niveaus.
- Chronische ontsteking: Verhoogde PARP-activiteit bij weefselschade verbruikt NAD+ sneller.
De praktijk leert dat leeftijd de sterkste voorspeller is, maar zeker niet de enige. Wil je naast je NAD+ ook andere biomarkers in beeld krijgen, zoals hormonen, metabolisme of vitaminen, dan biedt de Gezondheidscheck Premium dat overzicht.

Wat betekent een laag NAD+ niveau voor jou?
Een waarde die lager ligt dan de referentie voor jouw leeftijdsgroep is geen diagnose, maar wel een signaal. Mensen met lage NAD+ niveaus rapporteren vaker:
- Aanhoudende vermoeidheid zonder duidelijke oorzaak
- Langzamer herstel na inspanning
- Moeite met concentratie of "brain fog"
- Slechter slapen, ook bij een normaal slaappatroon
Dezelfde klachten kunnen ook duiden op slaaptekort, bloedarmoede of een trage schildklier. Een laag NAD+ niveau is daarmee vrijwel nooit de enige verklaring, en zeker geen reden om andere oorzaken niet te laten onderzoeken. Maar als je bloedtest een duidelijk laag NAD+ laat zien en je herkent jezelf in bovenstaande lijst, is er reden om verder te kijken. Meer over wat een laag NAD+ niveau precies inhoudt en welke signalen dat geeft, staat uitgewerkt op de pagina een laag NAD+ niveau.
De meest besproken interventies om NAD+ te verhogen zijn suppletie met NMN (nicotinamide mononucleotide) of NR (nicotinamide ribosside), beide directe precursors. Daarnaast helpen levensstijlaanpassingen zoals meer bewegen, intermittent fasting en het verminderen van alcohol. Onderzoek naar NMN suppletie laat veelbelovende resultaten zien bij mensen boven de 40 [3].
Kanttekeningen bij NAD+ meten
NAD+ meten klinkt eenvoudig, maar er zitten een paar haken aan.
Ten eerste is er geen gestandaardiseerde meetmethode. Het ene lab meet NAD+ in volbloed, het andere in plasma of in specifieke witte bloedcellen (PBMC’s). Die waarden zijn niet één-op-één vergelijkbaar. Een getal van 22 micromol per liter in volbloed zegt iets anders dan 22 in plasma.
Ten tweede fluctueren NAD+ waarden over de dag. Meting ’s ochtends nuchter geeft andere uitkomsten dan na een maaltijd of na sport. Voor vergelijkbaarheid is het belangrijk dat je herhaalde metingen onder dezelfde omstandigheden doet.
Ten derde zijn de referentiewaarden die labs hanteren niet altijd gebaseerd op grote populatiestudies. Soms zijn ze afgeleid van relatief kleine steekproeven. Dat maakt het lastig om te zeggen of jij "laag" of "normaal" zit.
Wees ook kritisch op commerciële labs die zonder context beweren dat jouw waarde "zorgwekkend" is. Een goede test geeft altijd het meetprotocol en de populatienorm erbij. Professioneel medisch advies is bij twijfel altijd de verstandigste stap.

Hoe vertaal je een testuitslag naar actie?
Als je je NAD+ hebt laten meten en de uitslag binnen hebt, zijn er drie scenario’s:
Waarde binnen de referentie voor jouw leeftijd: Goed nieuws. Houd de levensstijlfactoren in stand die je nu al goed doet. Jaarlijks herhalen geeft je een trendlijn.
Waarde aan de onderkant of iets onder de referentie: Dit is het moment om levensstijl kritisch te bekijken. Meer bewegen, slaap verbeteren en alcohol terugdringen zijn de eerste stappen. Suppletie met een NMN-supplement kan dan aanvullend zinvol zijn. De NMN dosering pagina geeft een goed overzicht van wat in de praktijk gangbaar is.
Duidelijk lage waarde: Combineer levensstijlaanpassing met suppletie en overweeg een medisch gesprek. Zeker als er ook andere biomarkers afwijken, is een bredere gezondheidscheck de logische volgende stap.
Conclusie
NAD+ niveaus dalen gestaag met de leeftijd, van gemiddeld 20-40 micromol per liter op je twintigste naar circa 8-15 micromol per liter voorbij je zestigste, op basis van meerdere kleine studies met uiteenlopende meetmethoden. Die daling is reëel en meetbaar, maar ook sterk individueel bepaald door levensstijl, voeding en genetica. Een test geeft je een concreet startpunt, maar de context eromheen telt minstens zo zwaar. Wil je weten waar jij staat? De NAD+ test van VitaSure geeft je een gevalideerde meting als PDF-rapport binnen twee weken.
Bronnen
- Massudi, H. et al. (2012). "Age-associated changes in oxidative stress and NAD+ metabolism in human tissue". PLOS ONE ↩
- Stocks, B. et al. (2021). "Exercise plus NAD+ supplementation affects NAD+ metabolism in human skeletal muscle". Physiological Reports ↩
- Yoshino, M. et al. (2021). "Nicotinamide mononucleotide increases muscle insulin sensitivity in prediabetic women". Science ↩
- Sinclair, D.A. & LaPlante, M.D. (2019). Lifespan: Why We Age and Why We Don’t Have To. Atria Books. ISBN: 978-1501191978
- Verdin, E. (2015). "NAD+ in aging, metabolism, and neurodegeneration". Science ↩
Veelgestelde vragen
Wat zijn normale NAD+ waarden voor iemand van 50?
Voor mensen rond de 50 jaar liggen gemeten NAD+ waarden in volbloed gemiddeld tussen de 10 en 20 micromol per liter. Dat is aanzienlijk lager dan op de twintigste, maar de exacte norm verschilt per laboratorium en meetmethode. Individuele factoren als sportgewoonten en voeding spelen ook een grote rol.
Hoe meet je je NAD+ niveau?
NAD+ wordt gemeten via een bloedtest. Afhankelijk van het lab wordt volbloed, plasma of PBMC's (witte bloedcellen) gebruikt. Voor de meest betrouwbare resultaten doe je de test nuchter en 's ochtends. Herhaling onder dezelfde omstandigheden geeft de meest bruikbare trendlijn.
Vanaf welke leeftijd begint NAD+ te dalen?
De daling begint al in de late twintig of vroege dertig, maar verloopt aanvankelijk langzaam. Rond de veertig wordt de daling merkbaarder en na het vijftigste levensjaar versnelt het proces. Tegen de zeventigste verjaardag heeft de gemiddelde persoon nog maar 40 tot 60 procent van het NAD+ niveau van een twintigjarige.
Kan ik mijn NAD+ niveau verhogen?
Ja. Regelmatige lichaamsbeweging, voldoende slaap, minder alcohol en een voeding rijk aan vitamine B3 helpen allemaal. Suppletie met NMN of NR is de meest directe aanpak en wordt ondersteund door klinische studies, met name bij mensen boven de 40.
Is een lage NAD+ waarde gevaarlijk?
Een lage waarde is geen ziekte op zich, maar wordt geassocieerd met versnelde veroudering, verminderde energieproductie en minder effectieve DNA-reparatie. Als je klachten hebt zoals aanhoudende vermoeidheid en een lage testuitslag, is een gesprek met een arts de logische vervolgstap.
Verschillen NAD+ waarden tussen mannen en vrouwen?
Ja, er zijn aanwijzingen voor seksegebonden verschillen, met name rondom de menopauze. De hormonale veranderingen na de menopauze lijken de CD38-activiteit te verhogen, waardoor NAD+ sneller afgebroken wordt. Dit maakt oudere vrouwen mogelijk kwetsbaarder voor een sterk gedaalde NAD+ status.
Hoe vaak moet ik mijn NAD+ laten meten?
Voor mensen die supplementen nemen of actief aan levensstijlverbetering werken, is twee keer per jaar zinvol: een nulmeting en een follow-up na drie tot zes maanden. Als je alleen een baseline wilt vastleggen, volstaat eens per jaar.
